Naar de inhoud
Brecht Vandewaetere

5 mentale modellen om scherper te denken als ondernemer

Brecht Vandewaetere · · bijgewerkt · 8 min lezen

Een Rubik's kubus met 8 gekleurde vlakken
In dit artikel
  1. Wat zijn mentale modellen?
  2. 1. First-principles denken: stop met kopiëren
  3. 2. Inversie: hoe garandeer je dat het mislukt?
  4. 3. Tweede-orde denken: en dan?
  5. 4. De wet van Goodhart: als de maatstaf het doel wordt
  6. 5. De kaart is niet het territorium: je plan is niet de werkelijkheid
  7. Welke mentale modellen houden jou zelf gevangen?
  8. Hoe gebruik je deze modellen?

Mentale modellen zijn vereenvoudigde beelden van hoe iets werkt, die je bewust inzet om een probleem scherper te zien. De vijf die ik als ondernemer het vaakst gebruik: first-principles denken, inversie, tweede-orde denken, de wet van Goodhart en “de kaart is niet het territorium”. Elk model geeft je een vraag die je anders niet zou stellen. Je hoeft ze niet allemaal te kennen; je moet er een paar echt gebruiken.

Ondernemers optimaliseren van alles: processen, teams, tools, en sinds kort ook AI-workflows. Hoeveel tijd steek jij in hoe je zelf denkt? Dat klinkt abstract, maar elke beslissing begint bij hoe je het probleem ziet. En hoe je het probleem ziet, bepaalt welke oplossingen je zelfs maar overweegt. Is die eerste filter scheef, dan helpt geen enkele tool.

Wat zijn mentale modellen?

Een mentaal model is een vereenvoudigd beeld van hoe iets werkt. Het helpt je een complexe situatie begrijpen zonder in details te verdrinken. Zie het als een bril: elk model laat je hetzelfde probleem anders zien.

Voor ondernemers is dat geen luxe. Je beslist voortdurend met onvolledige informatie, onder tijdsdruk en met veel op het spel. Alles analyseren lukt niet. Je hebt een paar betrouwbare denkkaders nodig die je snel bij de kern brengen.

Uit een McKinsey-enquête bij 1.259 managers (2019) bleek dat maar 20 procent vindt dat zijn organisatie uitblinkt in beslissen. Gemiddeld vond 61 procent dat het grootste deel van de tijd die ze aan beslissingen besteden, slecht besteed is. Dat los je niet op met een nieuwe tool. Het is een denkprobleem.

1. First-principles denken: stop met kopiëren

First-principles denken betekent dat je een probleem terugbrengt tot wat je zeker weet, en van daaruit opnieuw redeneert. In plaats van te bouwen op aannames, best practices of wat de concurrent doet, vraag je: wat weten we hier eigenlijk zeker?

Je kent het waarschijnlijk via Elon Musk. De oorsprong ligt bij Aristoteles, die een eerste principe omschreef als de eerste basis van waaruit iets gekend wordt. Musk gebruikte het om de aanname te doorprikken dat een raket 65 miljoen dollar moest kosten. Hij rekende de grondstoffen uit en kwam op een fractie daarvan. SpaceX drukte de lanceerkost later met bijna een factor tien.

Hoe ziet dat eruit in je bedrijf?

Je bedrijf groeit, de druk stijgt. Iemand zegt: “We hebben een head of marketing nodig.” Iedereen knikt. De vacature gaat online.

Niemand vraagt waarom. Wat is het probleem dat we eigenlijk proberen op te lossen?

Is het een capaciteitsprobleem, dan is een freelancer of een bureau misschien slimmer dan een vaste aanwerving. Is het een strategisch probleem, dan lossen extra handen niets op. Is het een zichtbaarheidsprobleem, dan is de eerste vraag hoe je beste klanten je vandaag vinden, en waarom ze kopen.

Vraag om jezelf te stellen: welke beslissing neem ik op basis van een aanname die ik nooit getoetst heb?

2. Inversie: hoe garandeer je dat het mislukt?

Inversie betekent dat je een probleem omdraait. In plaats van “hoe slagen we?” vraag je “hoe zorgen we ervoor dat dit gegarandeerd mislukt?” Daarna vermijd je al die dingen.

De Duitse wiskundige Carl Jacobi had er een motto voor: man muss immer umkehren, je moet altijd omkeren. Charlie Munger, de compagnon van Warren Buffett, maakte er een levensprincipe van. Zijn versie: alles wat ik wil weten, is waar ik ga sterven, zodat ik daar nooit naartoe ga.

Hoe ziet dat eruit in je bedrijf?

Je wilt een nieuwe dienst lanceren. De reflex: brainstormen over wat er goed kan gaan, een businesscase maken, early adopters zoeken.

Draai het om. Hoe zou je garanderen dat deze lancering flopt? De antwoorden komen snel:

  • Lanceer zonder feedback van bestaande klanten.
  • Bepaal de prijs op basis van wat jij logisch vindt, niet wat de markt wil betalen.
  • Communiceer in jargon dat jij snapt en je klant niet.
  • Wacht tot alles perfect is voor je iets laat zien.
  • Sla het gesprek met je team over.

Draai de lijst opnieuw om, en je hebt je lanceerplan.

Inversie is geen pessimisme. Het is de snelste manier om je blinde vlekken te vinden voor ze geld of tijd kosten.

Vraag om jezelf te stellen: hoe zou ik ervoor zorgen dat mijn grootste project van dit moment volledig misloopt?

3. Tweede-orde denken: en dan?

Tweede-orde denken betekent dat je verder kijkt dan het directe gevolg van een beslissing. En wat daarna komt. En daarna.

Belegger Howard Marks beschrijft het verschil met een voorbeeld. Eerste-orde denken zegt: dit is een goed bedrijf, laten we het aandeel kopen. Tweede-orde denken zegt: het is een goed bedrijf, maar iedereen denkt dat het een geweldig bedrijf is, dus het aandeel is te duur. Laten we verkopen.

De meeste beslissingen worden op het eerste niveau genomen. Daar zit het verschil tussen een goede en een sterke strateeg.

Hoe ziet dat eruit in je bedrijf?

Je neemt je eerste medewerker aan. De redenering: meer capaciteit, minder druk, sneller groeien.

Eerste orde: meer output, jij krijgt tijd terug. Klopt.

Tweede orde: de eerste maanden gaan naar onboarding, uitleggen, bijsturen. Je eigen output daalt. En je hebt nu een managementrol die je vroeger niet had.

Derde orde: je bent ondernemer én manager geworden. Dat zijn twee jobs. Stuur je dat niet bewust, dan doe je ze allebei half. Je medewerker voelt het, je klanten voelen het, en jij voelt het het meest.

De beslissing was niet fout. Ze had alleen een lange staart. De meeste ondernemers zien de eerste orde, worden verrast door de tweede en komen pas bij de derde tot inzicht.

Vraag om jezelf te stellen: wat zijn de gevolgen van mijn volgende grote beslissing, twee stappen verder?

Herken je jezelf hierin? Plan een kennismakingsgesprek

4. De wet van Goodhart: als de maatstaf het doel wordt

De bekende formulering luidt: when a measure becomes a target, it ceases to be a good measure. Die zin is eigenlijk van antropologe Marilyn Strathern (1997), die het idee van econoom Charles Goodhart samenvatte. Zodra je mensen afrekent op een getal, gaan ze dat getal optimaliseren, en niet meer wat het getal moest meten.

Het bekendste voorbeeld is het cobra-effect. Volgens het verhaal loofde het Britse bestuur in koloniaal India een premie uit voor elke dode cobra. Mensen begonnen cobra’s te kweken voor de premie. Toen de premie verdween, lieten ze de slangen vrij, en waren er meer cobra’s dan ooit. Of het precies zo gebeurd is, valt moeilijk te bewijzen. Dat het mechanisme klopt, zie je in elk bedrijf.

Hoe ziet dat eruit in je bedrijf?

Omzet als enige graadmeter voor succes. Logisch, toch?

Maar als omzet het enige doel is, geef je kortingen die je marge opeten. Je neemt klanten aan die niet passen, want de deal moest rond. Je belooft meer dan je kunt waarmaken, want de euro’s tellen.

De omzet stijgt. De marge daalt. Klanten haken af. Je team is moe, en jij ook. Het getal werd gehaald, het bedrijf werd zwakker.

Elke ondernemer heeft zijn eigen cobra’s. Omzet, aantal klanten, bezettingsgraad. De vraag is of je ook meet wat er echt toe doet.

Vraag om jezelf te stellen: welk getal jaag ik na, en wat offer ik er ongemerkt voor op?

5. De kaart is niet het territorium: je plan is niet de werkelijkheid

Alfred Korzybski formuleerde het in 1931: onze voorstellingen van de werkelijkheid zijn niet de werkelijkheid zelf. Het zijn vereenvoudigingen, en elke vereenvoudiging laat iets weg.

Een kaart van België toont wegen, steden en grenzen. Ze toont niet de file op de E313 waar ik vanmorgen weer in stond. De kaart is nuttig, maar ze is niet het territorium.

AI is trouwens ook een kaart. Elk antwoord is een model op basis van patronen in data. Bruikbaar als input, gevaarlijk als je het voor het antwoord houdt.

Hoe ziet dat eruit in je bedrijf?

Je schreef een businessplan. ICP, propositie, go-to-market. Mooi document. Na drie maanden koopt bijna niemand om de reden die je had voorzien. Wie wel koopt, doet dat om iets heel anders. Het segment dat je koos, reageert nauwelijks. Een segment dat je had afgeschreven, klopt aan.

Het plan was de kaart. De markt is het territorium.

Dat is geen mislukking. Een plan dwingt je na te denken en keuzes te maken. Maar het is een hypothese. Het gevaar zit in het plan verwarren met de werkelijkheid, en weigeren bij te sturen als het terrein anders blijkt.

Vraag om jezelf te stellen: welk deel van mijn bedrijf rust op aannames die ik nooit aan de werkelijkheid heb getoetst?

Welke mentale modellen houden jou zelf gevangen?

Er is een tweede soort mentaal model, en die is lastiger. De vijf hierboven gebruik je bewust, als gereedschap. Daarnaast heeft iedereen modellen die hij niet kiest: overtuigingen over zichzelf die zo vanzelfsprekend voelen dat ze onzichtbaar worden. “Als ik vertraag, val ik terug.” “Mijn waarde zit in wat ik lever.” “Hulp vragen is zwakte.”

Bij high performers hebben die overtuigingen vaak goed gewerkt. Ze hebben je gebracht waar je nu staat. Tot ze dat niet meer doen, en je merkt dat je hard blijft lopen zonder goed te weten waarheen.

Ook hier helpt de kaart en het territorium. Je beeld van jezelf is een kaart. Soms een die al tien jaar niet meer is bijgewerkt. Hoe zulke overtuigingen je gedrag sturen, lees je in het IJsbergmodel. Meer over hoe je denkt over succes en jezelf vind je onder mindset.

Hoe gebruik je deze modellen?

Niet alle vijf tegelijk. Kies het model dat past bij wat nu op je bureau ligt, en stel de bijbehorende vraag.

Model De vraag die het stelt
First-principles denken Wat is hier zeker waar?
Inversie Hoe zou dit gegarandeerd mislukken?
Tweede-orde denken Wat gebeurt er twee stappen verder?
Wet van Goodhart Meet ik het juiste?
De kaart is niet het territorium Zie ik de werkelijkheid, of mijn plan ervan?

Wil je weten welk model bij welk type beslissing past, lees dan betere beslissingen nemen.

Veelgestelde vragen

Wat zijn mentale modellen?

Een mentaal model is een vereenvoudigd beeld van hoe iets werkt, dat je gebruikt om een situatie te begrijpen en te beslissen. Bekende voorbeelden zijn first-principles denken, inversie en tweede-orde denken. Waar een bias je denken ongemerkt scheeftrekt, gebruik je een mentaal model bewust om scherper te kijken.

Hoe gebruik je mentale modellen als ondernemer?

Kies één model en leg het op het grootste probleem dat nu op je bureau ligt. Bij een grote beslissing: inversie, om te zien wat er mis kan gaan. Bij een strategische vraag: first principles, om aannames bloot te leggen. Bij een verandering in je bedrijf: tweede-orde denken. Een handvol modellen die je echt gebruikt, is meer waard dan twintig die je kent.

Welk mentaal model is het nuttigst voor ondernemers?

Dat hangt af van de fase. Vroeg is first-principles denken het nuttigst, omdat het voorkomt dat je iets bouwt voor een probleem dat niet bestaat. In een groeifase loont tweede-orde denken, omdat veel groeibeslissingen er op het eerste gezicht goed uitzien en pas later pijn doen. Wie een team leidt, heeft de wet van Goodhart nodig.

Kun je mentale modellen combineren met AI?

Ja, en dat werkt goed. Het model geeft richting aan je vraag, AI verkent ze snel en breed. Vraag bijvoorbeeld: gebruik inversie en beschrijf hoe onze lancering gegarandeerd mislukt. Of: breng de tweede- en derde-orde gevolgen van deze beslissing in kaart. Het oordeel blijft wel bij jou.

Klaar om het anders te doen?

Een eerste gesprek is vrijblijvend. We kijken samen waar je staat en of ik je verder kan helpen.

Plan een kennismakingsgesprek

Gratis · 30 minuten · Vrijblijvend

  • Vertrouwelijk: wat je vertelt, blijft tussen ons.
  • Geen therapie en geen verkoopgesprek.
  • Klikt het niet, dan zeggen we dat eerlijk.